18 mei 2026

De Zweedse ommekeer: terughoudendheid bij puberteitsremmers
Het Astrid Lindgren Kinderziekenhuis van Karolinska begon per 1 mei 2021 niet meer met puberteitsremmers of cross-sekse hormonen bij minderjarigen buiten een goedgekeurde onderzoekssetting. In december 2022 gaf Socialstyrelsen een zwakke negatieve aanbeveling voor deze behandelingen bij minderjarigen.
Wat gebeurde er in Zweden?
Per 1 mei 2021 start het Astrid Lindgren Kinderziekenhuis (Karolinska Universitair Ziekenhuis) geen puberteitsremmende behandeling of cross-sekse hormonen meer bij minderjarigen met genderdysforie, tenzij binnen een ethisch goedgekeurde klinische studie (bron). Dat was een richtlijn van dit ziekenhuis, geen landelijk verbod. De landelijke richtlijn van Socialstyrelsen van december 2022 geeft een zwakke negatieve aanbeveling: GnRH-analogen, genderbevestigende hormonen en mastectomie kunnen in uitzonderlijke gevallen worden gegeven, en Socialstyrelsen beveelt aan deze behandelingen binnen onderzoek aan te bieden (bron).
Socialstyrelsen schreef in 2020 dat het aantal nieuwe diagnoses genderdysforie de voorgaande jaren was gestegen, het sterkst bij 13- tot 17-jarigen die bij de geboorte als meisje waren geregistreerd, en dat deze jongeren veel vaker gelijktijdige psychiatrische diagnoses hadden dan de bevolking (bron). In december 2019 publiceerde SBU een kennisoverzicht dat een gebrek aan bewijs liet zien over de langetermijngevolgen van de behandelingen en over de redenen voor de grote toestroom van patiënten (bron). Volgens de Gezondheidsraad was de aanleiding voor de aanpassing van de Zweedse richtlijn in 2022 een maatschappelijk debat na een kritische tv-uitzending voor onderzoeksjournalistiek (bron).
Kernpunten
- Per 1 mei 2021 start het Astrid Lindgren Kinderziekenhuis van Karolinska geen puberteitsremmers of cross-sekse hormonen meer bij minderjarigen buiten een goedgekeurde studie.
- Socialstyrelsen gaf in december 2022 een zwakke negatieve aanbeveling voor puberteitsremmers, cross-sekse hormonen en mastectomie bij minderjarigen.
- SBU concludeerde dat het bestaande bewijs onvoldoende is om de effecten van puberteitsremmers en genderbevestigende hormonen op genderdysforie, psychosociale gezondheid en kwaliteit van leven te beoordelen.
- Socialstyrelsen zag in 2020 bij jongeren met genderdysforie een hoge mate van gelijktijdige psychiatrische diagnoses, zelfbeschadiging en suïcidepogingen vergeleken met de bevolking.
Co-morbiditeit: wat Zweden documenteerde
Socialstyrelsen (de Zweedse Raad voor Gezondheid en Welzijn) publiceerde in 2020 cijfers over psychiatrische diagnoses (hoofddiagnose in de open of gesloten zorg, 2016-2018) bij 13- tot 17-jarigen die bij de geboorte als meisje waren geregistreerd en de diagnose genderdysforie hadden (bron). Ter vergelijking: bij alle meisjes van die leeftijd in de bevolking was het aandeel 4,2% (angststoornis), 2,8% (depressieve stoornis), 4,4% (ADHD) en 1,3% (autisme).
- Angststoornis
- 32,4%
- Depressieve stoornis
- 28,9%
- ADHD
- 19,4%
- Autisme
- 15,2%
Citaten
Volgens het Canadese artikel waarschuwde Christopher Gillberg, psychiater aan Sahlgrenska Academy in Göteborg, in Svenska Dagbladet dat hormoonbehandeling en operaties bij kinderen een groot experiment waren dat kon uitgroeien tot een van de ergste medische schandalen van het land (bron: Canadian Gender Report).
"Daarom is niet vast te stellen in hoeverre genderdysforie alleen kan bijdragen aan suïcide." — Socialstyrelsen, 2020 (vertaald uit het Zweeds; de reden was dat personen met genderdysforie die suïcide plegen vaak ook ernstige andere psychiatrische diagnoses hadden) (bron).
Wat betekent dit voor Nederland?
De Gezondheidsraad schreef op 30 juni 2026 dat Engeland en Zweden voorheen de Nederlandse aanpak volgden, maar dat de toepassing daar anders uitpakte: in Nederland ligt de nadruk volgens de raad op stapsgewijze exploratie met uitgebreide diagnostiek en een multidisciplinair team. De raad ziet in de nieuwe inrichting van de zorg in Engeland en Zweden juist een aanpak die meer lijkt op de Nederlandse (bron). Tegelijk noemt de raad de bewijskracht voor de effecten van hormoonbehandeling bij jongeren laag tot zeer laag (bron).
Volgens de Cass Review werden puberteitsremmers later aan een bredere groep adolescenten gegeven dan volgens de criteria van de Nederlandse en Britse studies in aanmerking kwam (bron). De Gezondheidsraad constateert dat zich meer jongeren melden aan wie bij de geboorte het vrouwelijke geslacht is toegekend, vaker met bijkomende psychosociale problematiek, en vraagt om onderzoek met populaties die "een goede afspiegeling zijn van de populatie die zich recent aanmeldt" (bron).
De Zweedse les: Zweden: behandeling bij voorkeur binnen onderzoek
Socialstyrelsen schrijft dat het bestaande wetenschappelijke bewijs onvoldoende is om de effecten van puberteitsremmers en genderbevestigende hormonen te beoordelen, en beveelt aan deze behandelingen binnen onderzoek aan te bieden zolang die kennishiaten bestaan (bron). In Nederland oordeelde de Gezondheidsraad op 30 juni 2026 dat hormoonbehandeling van jongeren met genderdysforie binnen het brede gezondheidsrechtelijk kader past en dat de huidige zorg wordt gekenmerkt door een zorgvuldig ingericht proces (bron).
Lees verder
Cass Review eindrapport
Het Britse rapport dat de evidence-basis sloopt. Lees het stuk op dutchprotocol.nl.
Detransitie: een Canadese familie
Wat gebeurt er als ouders de "experts" volgen. Lees het stuk op genderrisico.nl.