Overheid moet regels stellen aan behandelen genderdysforie
Radioloog-jurist Trude Klijnsmit en mediasocioloog Peter Vasterman publiceerden op 25 mei 2023 in Medisch Contact een opiniestuk dat een rode lijn trekt: het Dutch Protocol valt niet onder reguliere geneeskunde en hoort onder politieke regulering te vallen.
Geen regulier medisch handelen
Klijnsmit en Vasterman openen met de scherpste constatering: de hormonale en chirurgische behandeling van minderjarigen met genderdysforie voldoet niet aan de criteria voor standaard medische zorg. Er is geen objectieve diagnose, geen meetbare pathologie, geen onafhankelijk te bevestigen ziekteproces. De interventie wordt aangeboden omdat het kind zegt het te willen. Dat is in elke andere medische tak — orthopedie, oncologie, cardiologie — ondenkbaar als enige rechtvaardiging voor onomkeerbaar ingrijpen op een lichaam in ontwikkeling.
Bewijs ontbreekt, bijwerkingen niet
De auteurs vatten de internationale evidentie-reviews samen die rond 2020-2023 verschenen in Zweden, Finland en het Verenigd Koninkrijk. De conclusie is overal hetzelfde: het bewijs voor effectiviteit van puberteitsremmers en cross-sex hormonen bij minderjarigen is zwak, en het bewijs voor langetermijnveiligheid grotendeels afwezig. Bekend zijn de gevolgen wel: puberteitsremmers veroorzaken botdichtheidverlies en mogelijke osteoporose, cross-sex hormonen leiden tot onvruchtbaarheid en levenslange medicatie-afhankelijkheid. Bij meisjes blijken testosteron-effecten op stem, lichaamsbeharing en clitoris niet meer terug te draaien.
"Minderjarigen overzien gevolgen nog niet"
Klijnsmit en Vasterman richten hun pijl op de mythe van informed consent bij minderjarigen. Hun centrale stelling, ook de kop van hun stuk: Minderjarigen overzien gevolgen van genderaanpassing nog niet
. De argumentatie is neurobiologisch en juridisch tegelijk. De hersengebieden die nodig zijn voor langetermijnplanning, risico-inschatting en abstract redeneren rijpen pas in de tweede helft van het tweede decennium. Een twaalfjarige die zegt "ik wil voor altijd een jongen zijn" levert geen geldige toestemming voor steriliteit op vijfentwintigjarige leeftijd. De juridische fictie dat dat wel zo is, schendt het beginsel van bescherming van de minderjarige.
"Is subjectieve genderkeuze voldoende basis?"
De auteurs stellen de vraag die het AUMC en het ministerie van VWS jarenlang hebben omzeild: Is de subjectieve genderkeuze van een kind wel voldoende basis voor een ingrijpende medische behandeling?
. Hun antwoord is nee. Een wens is geen diagnose. Een identiteitsverklaring rechtvaardigt geen mastectomie. Het feit dat de Nederlandse genderzorg zich op deze wens als belangrijkste indicatie baseert, maakt het tot identiteitsbevestiging in medische verpakking — geen geneeskunde.
Het puberbrein dat niet klaar is
De auteurs werken de neurobiologie nauwkeuriger uit: Juist de hersengebieden betrokken bij langetermijnplanning zijn in het puberbrein nog onvoldoende ontwikkeld
. De prefrontale cortex — verantwoordelijk voor impulscontrole, gevolgen-inschatting, integratie van conflicterende informatie — rijpt door tot ongeveer vijfentwintigjarige leeftijd. Daarvoor wordt de hormonale beslissing voornamelijk genomen door limbische, emotie-gedreven systemen. Dat is precies waarom we tieners geen contracten laten ondertekenen voor lichaamsdelen of vruchtbaarheid in andere domeinen — behalve in dit ene.
Drie beleidsopties
Klijnsmit en Vasterman leggen het ministerie en de politiek drie keuzes voor. Eén: de huidige praktijk handhaven en blijven vertrouwen op de zelfregulering van een kliniek die zelf het protocol heeft uitgevonden. Twee: hormonale en chirurgische behandeling onder minderjarigen alleen toestaan binnen strikt afgebakende onderzoekskaders, met onafhankelijk toezicht, lange follow-up en publicatie van detransitie-cijfers. Drie: een algeheel verbod op deze interventies bij minderjarigen, zoals diverse Amerikaanse staten en delen van Scandinavië al doen. De auteurs verkiezen niet uitdrukkelijk een van deze opties — zij eisen vooral dat de politiek de keuze überhaupt maakt en die niet langer overlaat aan de spreekkamer.
Waarom de overheid en niet de kliniek
De centrale beleidsboodschap is dat dit type beslissing niet aan een individuele beroepsgroep hoort. Hormonale en chirurgische interventies op minderjarigen zonder ziekte raken aan grondrechten: lichamelijke integriteit, vruchtbaarheid, bescherming van het kind. Het feit dat dit in Nederland aan een handvol artsen is overgelaten, zonder parlementaire kaders, zonder wettelijke vereisten voor diagnostiek, zonder verplichte registratie van uitkomsten — is een politiek verzuim. Klijnsmit brengt haar juridische expertise in: het ontbreken van algemeen verbindende voorschriften maakt de huidige praktijk juridisch wankel zodra de eerste detransitionerende patiënt grootschalig procedeert.
Wat dit stuk betekent
Het Medisch Contact-stuk is niet zomaar een opiniebijdrage. Het is de eerste keer dat in een toonaangevend medisch vakblad onomwonden wordt gesteld dat het Nederlandse genderbehandelmodel buiten de kaders van de reguliere geneeskunde valt en politiek moet worden gereguleerd. Voor minister Kuipers en zijn opvolgers ligt er een dossier dat zij niet meer met procedurele richtlijn-revisies kunnen afdoen. De vraag is niet langer of, maar wanneer wettelijke kaders voor genderbehandeling van minderjarigen er komen — en wie tot die tijd de schade draagt.