21 augustus 2026
In de Verenigde Staten werd half april 2026 breed gevierd dat een federale rechter een verklaring van minister van Volksgezondheid Robert F. Kennedy Jr. tegen genderzorg voor minderjarigen had geblokkeerd. Voorstanders van de bestaande zorgpraktijk lazen er een principiële overwinning in: de rechter zou de minister hebben teruggefloten omdat zijn zorgen over de veiligheid van die zorg ongegrond zouden zijn. Wie de uitspraak van rechter Mustafa Kasubhai van de federale rechtbank in Oregon daadwerkelijk leest, ziet iets anders: een procedurele tik op de vingers, geen inhoudelijk oordeel over de vraag die er in dit debat het meest toe doet.
Wat Kennedy precies beweerde
De zaak draait om een verklaring die Kennedy op 18 december 2025 liet uitgaan. Daarin stelde hij dat bepaalde vormen van genderbevestigende zorg voor minderjarigen — puberteitsremmers, hormonen en operaties — onveilig zijn en niet worden gedragen door de medische standaarden. Op basis daarvan waarschuwde hij zorgverleners dat zij hun Medicare- en Medicaidfinanciering konden verliezen als zij die zorg bleven aanbieden aan patiënten onder de achttien. Twintig-plus staten, onder aanvoering van de Oregonse attorney general Dan Rayfield, spanden daarop een rechtszaak aan. Zij stelden niet dat Kennedy's zorgen over de zorg feitelijk onjuist waren, maar dat de federale overheid geen bevoegdheid heeft om op deze manier de medische praktijk van staten te overrulen.
Wat de rechter wél — en vooral niet — besliste
Rechter Kasubhai gaf de eisende staten op 18 april 2026 gelijk, maar op smalle, procedurele gronden. Zijn oordeel: Kennedy's verklaring greep ten onrechte in de bevoegdheid van staten om hun eigen medische praktijknormen vast te stellen, en de minister had de voorgeschreven "notice-and-comment"-procedure van de Administrative Procedure Act moeten volgen voordat hij zo'n verstrekkende beleidswijziging kon doorvoeren. Kasubhai gebruikte scherpe taal — "unserious leaders are unsafe", schreef hij, en sprak van de "very real harm" die het negeren van de rechtsstaat aanricht — maar die woorden gingen over de manier waarop Kennedy zijn verklaring had doorgevoerd, niet over de vraag of zijn onderliggende zorgen over de wetenschappelijke onderbouwing van de zorg terecht waren. De rechtbank heeft zich daar nadrukkelijk niet over uitgesproken. Een nieuwe verklaring die wél de juiste procedure volgt, staat Kennedy vrij om alsnog uit te vaardigen.
Een overwinning die het echte debat vermijdt
Dat onderscheid raakt de kern van waar het in het internationale debat over genderzorg voor minderjarigen al jaren om draait: niet om de vraag wíe bevoegd is een richtlijn te schrijven, maar om de vraag of de onderliggende bewijsbasis voor puberteitsremmers, hormonen en operaties bij min-achttienjarigen sterk genoeg is om die zorg als standaardbehandeling aan te bieden. Die vraag is intussen, los van wat een Amerikaanse rechtbank er procedureel van vindt, door verschillende Europese gezondheidsautoriteiten zelf beantwoord met meer terughoudendheid: Zweden bouwde de toegang tot puberteitsremmers voor minderjarigen buiten onderzoeksverband al af, en ook in Engeland leidde de Cass Review tot een fundamentele koerswijziging in de jeugd-genderzorg. Een Amerikaanse rechter die een bewindspersoon terugfluit omdat hij de verkeerde procedure volgde, verandert niets aan die evidence-discussie — hij stelt hem alleen uit.
Waarom dit voor Nederland relevant is
Voor de Nederlandse discussie over genderzorg is deze uitspraak vooral een waarschuwing tegen te snelle conclusies. Media en belangenorganisaties presenteerden de uitkomst in Oregon als bewijs dat kritiek op de bestaande genderzorgpraktijk juridisch kansloos zou zijn. Dat is een verkeerde lezing: de rechter heeft zich niet uitgesproken over de vraag of Kennedy's zorgen over de wetenschappelijke onderbouwing terecht zijn, en die vraag ligt inhoudelijk dichter bij de koerswijzigingen die Zweden en Engeland al hebben doorgevoerd dan bij het optimistische beeld dat in delen van de Nederlandse berichtgeving overheerst. Wie het Nederlandse genderzorgbeleid wil baseren op de daadwerkelijke stand van het bewijs, doet er goed aan zich niet te laten geruststellen door een procedurele uitspraak die die vraag juist open laat.

Saskia Weijermars
Redactie
Veelgestelde vragen
Wat hield de verklaring van minister Kennedy precies in?
Op 18 december 2025 verklaarde HHS-minister Robert F. Kennedy Jr. dat puberteitsremmers, hormonen en operaties voor genderdysforie bij minderjarigen onveilig zijn en niet worden gedragen door de medische standaarden. Hij waarschuwde zorgverleners dat zij Medicare- en Medicaidfinanciering konden verliezen als zij die zorg aan patiënten onder de achttien bleven aanbieden.
Zegt de uitspraak van de rechter iets over de veiligheid van genderzorg voor minderjarigen?
Nee. Rechter Mustafa Kasubhai oordeelde alleen dat Kennedy de voorgeschreven procedure — waaronder de notice-and-comment-regels van de Administrative Procedure Act — niet had gevolgd en ten onrechte in de bevoegdheid van staten trad. Over de vraag of Kennedy's onderliggende zorgen over de wetenschappelijke onderbouwing terecht zijn, deed de rechtbank geen uitspraak.
Kan minister Kennedy alsnog een vergelijkbare verklaring afgeven?
Ja. Zolang hij daarbij de correcte procedure volgt, waaronder een formeel notice-and-commenttraject, staat het Kennedy vrij om een nieuwe verklaring met dezelfde strekking uit te vaardigen. De uitspraak van rechter Kasubhai blokkeert alleen de manier waarop de eerdere verklaring tot stand kwam, niet de inhoud ervan.