genderzorgnederland.nl

burgerinitiatief — monitor genderzorg

21 augustus 2026

Terwijl de wachtlijsten voor genderzorg in Nederland dit jaar opliepen tot gemiddeld 65 weken, laat een net gepubliceerde Australische studie een tegenovergesteld beeld zien. Onderzoekers van onder meer Austin Health, Monash Health en het Royal Children's Hospital brachten het aantal verwijzingen naar hun drie genderklinieken in de deelstaat Victoria in kaart over de periode 2020-2024 — en zagen dat aantal na een piek in 2021 met ruim een derde teruglopen.

Van 1.440 naar 944 verwijzingen per jaar

De cijfers, gepubliceerd in het Internal Medicine Journal door Sarah Lum, Donna Eade, David Colon Cabrera, Riki Lane, Gurvinder Kalra, Ken C Pang en Ada S Cheung, zijn afkomstig uit een retrospectieve audit van de drie tertiaire genderklinieken die Victoria rijk is. In 2020 kregen zij samen 999 verwijzingen. Dat aantal steeg naar een piek van 1.440 in 2021, om vervolgens vier jaar op rij te dalen: 1.322 in 2022, 1.162 in 2023 en 944 in 2024 — lager dan het startjaar van de meting.

Voor een dossier dat in Nederland vooral bekendstaat om oplopende wachttijden en een groeiend beroep op de klinieken, is dat een opvallende breuk met het patroon. De onderzoekers benadrukken zelf dat hun cijfers geen uitspraak doen over de onderliggende vraag naar genderzorg in de bevolking als geheel, alleen over de instroom bij deze drie specifieke, ziekenhuisgebonden teams.

Verklaring: zorg verschuift naar de eerste lijn

Als verklaring voor de daling wijzen de auteurs op de opkomst van eerstelijns- en gemeenschapszorg als alternatief voor de grote ziekenhuisklinieken. Sinds 2023 draait in Victoria bijvoorbeeld de Orygen Trans and Gender Diverse Service, een op de gemeenschap gerichte voorziening die een deel van de instroom kan hebben opgevangen. Ook noemen de onderzoekers scholing van huisartsen en andere eerstelijnszorgverleners, waardoor cliënten vaker buiten de tertiaire klinieken om worden geholpen.

Die verklaring past bij een breder debat over de vraag of specialistische genderteams — zoals ook in Nederland het geval is — de aangewezen plek moeten blijven voor élke stap in het traject, of dat delen van de begeleiding net zo goed dichter bij huis kunnen worden belegd. De onderzoekers plaatsen zelf wel een kanttekening: hun telling is geen kanssteekproef en omvat niet alle gemeenschapsgebaseerde initiatieven, waardoor een deel van de daling ook verplaatsing naar diensten kan zijn die buiten deze audit vallen in plaats van een werkelijke afname van de zorgvraag.

Wat dit voor het Nederlandse debat betekent

Voor de Nederlandse situatie is vooral relevant dat de daling optrad ná gerichte investeringen in alternatieve, minder specialistische zorgpaden — iets waar ook hier al langer voor wordt gepleit als mogelijke oplossing voor de wachtlijsten. Tegelijk laten de Victoriaanse cijfers zien dat zo'n verschuiving tijd kost: de daling zette pas twee jaar na de piek stevig door, en viel samen met concrete nieuwe voorzieningen, niet met een simpele beleidswens. Zonder vergelijkbare Nederlandse cijfers over doorstroom naar eerstelijnszorg blijft het gissen of eenzelfde effect hier haalbaar is.

Saskia Weijermars

Saskia Weijermars

Redactie

Veelgestelde vragen

Hoeveel verwijzingen kregen de Victoriaanse genderklinieken in 2024, vergeleken met de piek?

In 2024 waren het er 944, tegen 1.440 in piekjaar 2021 — een daling van ruim 34 procent in drie jaar tijd.

Betekent dit dat de vraag naar genderzorg in Australië afneemt?

Dat zeggen de onderzoekers zelf niet. Hun cijfers gaan alleen over instroom bij drie ziekenhuisklinieken; een deel van de daling kan verschuiving naar eerstelijns- en gemeenschapszorg zijn, niet per se minder vraag in totaal.

Is deze daling te vergelijken met de wachttijden in Nederland?

Niet direct: in Nederland lopen de wachttijden voor genderzorg juist op tot circa 65 weken. Vergelijkbare Nederlandse cijfers over doorstroom naar eerstelijnszorg ontbreken, waardoor onduidelijk is of eenzelfde verschuiving hier optreedt.