Spijt-percentage na genderbehandeling

Hoe vaak melden mensen spijt na medische genderbehandeling? Cijfers verschillen sterk per definitie van "spijt".

Burgermonitor
Spijt is een breed begrip: van algemene twijfel tot verzoek om medische omkeer. Onderzoek hanteert verschillende definities.

Cijfers uit literatuur

De vaak geciteerde studie van Wiepjes e.a. (2018, Amsterdam UMC) meldt een spijt-percentage van rond de 0,6 procent bij personen die gonadectomie hadden ondergaan in de periode 1972-2015. Recentere reviews zoals Bustos e.a. (2021) vermelden percentages tussen ongeveer 1 en 2 procent. Bij adolescentstudies met kortere follow-up of zelfrapportage liggen percentages soms aanzienlijk hoger, tot 13 procent of meer in bepaalde cohorten van detransitioners.

Belangrijke studies

  • Wiepjes e.a. (2018): rond 0,6 procent spijt op cohort van enkele duizenden personen, gemeten als verzoek tot terugkeer naar oorspronkelijke geslachtsregistratie of detransitie-aanvraag.
  • Bustos e.a. (2021, meta-analyse, n=7928): geaggregeerd ongeveer 1 procent spijt na chirurgie.
  • Dhejne e.a. (2014, Zweden): rond 2 procent verzoek tot terugdraaiing juridische status.
  • Cass-rapport (2024): wijst op beperkingen van bestaande spijt-cijfers door uitval, korte follow-up en selectieve cohorten.
  • Littman (2021) en Vandenbussche (2022): bij zelfrapportage onder detransitioners ligt subjectief spijt veel hoger dan in klinische registers.

Methodologische beperkingen

Veel studies meten spijt pas wanneer mensen terugkomen bij dezelfde kliniek; mensen die elders hulp zoeken of helemaal uit beeld verdwijnen vallen buiten beeld. Follow-up loopt vaak kort (gemiddeld 3 tot 7 jaar), terwijl spijt zich juist na langere termijn kan ontwikkelen. De gemiddelde tijd tot detransitie ligt rond 8 tot 10 jaar volgens recente cohortstudies. De Cass Review wijst er expliciet op dat de lage Amsterdamse spijt-cijfers niet zonder meer extrapoleerbaar zijn naar de huidige groep adolescenten, omdat de patientpopulatie sinds 2015 sterk is veranderd (meer AFAB, meer comorbiditeit, jongere instroom).

Wat dit voor de burger betekent

Het vaakgehoorde getal van "minder dan 1 procent spijt" stamt vrijwel uitsluitend uit een Amsterdams volwassenencohort uit een ander tijdperk. Voor de huidige Nederlandse adolescenten ontbreekt langetermijndata grotendeels. Voor een breder beeld zie detransitie-percentage.

Bronnen