27 september 2026

Op 9 februari 2025 ging het Landelijk Platform Transgenderzorg (LPT) van start: een samenwerkingsverband van de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN), GGZ Nederland, Transgender Netwerk Nederland en Transvisie. Volgens de aankondiging op transgendernetwerk.nl moet het platform zorgen voor inclusieve transgenderzorg, kortere wachttijden — die nu tot zes jaar kunnen oplopen — meer kennis over genderdiversiteit in de hele zorgketen, en een evenwichtiger spreiding van het zorgaanbod over het land. Onder de lopende opdrachten van het platform valt ook een herziening van de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg NL, het document dat vastlegt hoe diagnose en behandeling in Nederland moeten verlopen.
Wie zit er aan tafel?
Wie de deelnemerslijst van het LPT naast elkaar legt, ziet zes organisaties die allemaal aan dezelfde kant van het debat staan. NFU, NVZ en ZKN vertegenwoordigen de klinieken en ziekenhuizen die transgenderzorg leveren en er dus ook belang bij hebben dat de zorgvraag — en de bijbehorende financiering — op peil blijft. GGZ Nederland vertegenwoordigt de geestelijke gezondheidszorg. Transgender Netwerk Nederland en Transvisie zijn belangenorganisaties die zich structureel inzetten voor snellere toegang tot transitiezorg. Geen van de zes is een onafhankelijke wetenschappelijke instantie, een patiëntveiligheidsorgaan of een organisatie die opkomt voor detransitioners of voor terughoudendheid. Dat is geen toeval: het platform is opgezet dóór en vóór de partijen die de zorg leveren en erom lobbyen, niet als extern toezicht erop.
Deze eenzijdigheid is precies het patroon dat op deze site eerder is beschreven bij de samenstelling van de Gezondheidsraad-commissie, die volgens critici driemaal kritische ouders weigerde voordat ze haar advies over transgenderzorg voor jongeren schreef. Ook daar gold: wie de adviseurs kiest, kiest voor een belangrijk deel ook de uitkomst.
Dezelfde spelers herschrijven hun eigen standaard
De huidige Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg NL is destijds mede tot stand gekomen met inbreng van precies dezelfde zorgaanbieders en belangenorganisaties die nu in het LPT zitten — zoals een eerdere analyse van de Nederlandse kwaliteitsstandaard op transbeleid.nl beschrijft. Een herziening door hetzelfde gezelschap is geen fundamentele herbeoordeling van de aannames waarop de standaard rust, maar een actualisering binnen een kader dat allang vaststaat. Internationale ontwikkelingen — de Cass Review in Engeland, het Zweedse SBU-rapport, de terughoudender koers van Finland en Noorwegen — komen zo alleen ter tafel via de partijen die er het minst belang bij hebben ze zwaar te laten wegen.
Dat verschilt wezenlijk van hoe andere landen hun richtlijnen herzagen: de Cass Review werd geleid door een onafhankelijke kinderarts zonder banden met een genderkliniek, met een expliciete opdracht om de bewijsbasis kritisch te wegen. Het LPT kent geen vergelijkbare onafhankelijke voorzitter of externe wetenschappelijke toetsing.
Toegang staat voorop, niet de bewijsbasis
De drie hoofddoelen die het platform zelf noemt — inclusieve zorg, kortere wachttijden, betere spreiding — gaan allemaal over toegang tot zorg, niet over de vraag of de behandelingen die worden aangeboden een stevige wetenschappelijke basis hebben. Dat is een opvallende volgorde op het moment dat elders juist twijfels toenemen: de wachttijd bij Radboudumc liep dit jaar op tot vier jaar, wat PRO al aanleiding gaf tot Kamervragen, en ook bij Genderhealthcare bleef de wachttijd ondanks een dalende wachtlijst ruim een jaar. Een platform dat wachttijden wil verkorten zonder eerst de indicatiestelling aan te scherpen, lost een symptoom op zonder de onderliggende vraag te stellen: worden de juiste mensen op de juiste gronden doorverwezen?
Wat informed consent hier vereist
Voor patiënten, ouders en verwijzers maakt de samenstelling van het LPT rechtstreeks uit: de kwaliteitsstandaard die uit dit overleg komt, bepaalt straks weer hoe diagnose en behandeling in Nederland verlopen. Een standaard die tot stand komt zonder één stem die structureel voor terughoudendheid pleit, verdient niet het stempel van een neutrale, evidence-based herziening — ook al wordt die indruk wel gewekt. Zolang het LPT geen deadline, geen concept-tekst en geen onafhankelijke toetsing publiceert, kan niemand buiten de zes deelnemende organisaties controleren of de herziening iets verandert aan de aannames waarop de Nederlandse genderzorg al jaren rust.
Bronnen
Transgender Netwerk Nederland, "Landelijk Platform Transgenderzorg gestart", nieuwsbericht, geraadpleegd 27 september 2026: transgendernetwerk.nl/nieuws/landelijk-platform-transgenderzorg-gestart.
Het Landelijk Platform Transgenderzorg, officiële website van het platform: hetlpt.nl.

Saskia Weijermars
Redactie
Veelgestelde vragen
Wat is het Landelijk Platform Transgenderzorg?
Een samenwerkingsverband dat op 9 februari 2025 van start ging, bestaande uit de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, Zelfstandige Klinieken Nederland, GGZ Nederland, Transgender Netwerk Nederland en Transvisie. Het bouwt voort op het werk van de vroegere Kwartiermaker Transgenderzorg (2018-2022).
Wat gaat het platform doen met de kwaliteitsstandaard?
Het platform werkt aan een herziening van de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg NL, het document waarin is vastgelegd hoe diagnose en behandeling in Nederland verlopen. Een concrete opleverdatum heeft het platform zelf niet gepubliceerd.
Waarom is de samenstelling van het platform een punt van kritiek?
Alle zes deelnemende organisaties zijn zorgaanbieders of belangenorganisaties die zich inzetten voor toegang tot transitiezorg. Er zit geen onafhankelijke wetenschappelijke instantie, patiëntveiligheidsorganisatie, vertegenwoordiging van detransitioners of kritische clinicus aan tafel — dezelfde partijen die de huidige standaard mede vormgaven, herschrijven die standaard nu opnieuw.