Comorbide eetstoornis bij genderzorg
Welke cijfers over eetstoornissen worden gerapporteerd onder personen met een hulpvraag in de genderzorg?
Cijfers uit onderzoek
Onderzoek wijst op een verhoogde prevalentie van eetstoornissen, met name onder jongere AFAB-personen (vrouwelijk bij geboorte) in de genderzorg. In studies in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk worden percentages genoemd tussen ongeveer 7 en 16 procent voor klinisch significante eetstoornissen (anorexia nervosa, boulimia, ARFID), tegen 1 tot 4 procent in de algemene bevolking. Voor subklinische verstoringen in eetgedrag en lichaamsbeleving liggen percentages aanzienlijk hoger, in sommige cohorten tot boven de 30 procent.
Belangrijke studies
- Diemer e.a. (2018, VS): transgender studenten meldden vier keer vaker eetstoornisdiagnose dan cisgender controles.
- Jones e.a. (2018, VK, GIDS): hoger risico op verstoord eetgedrag bij verwijzingen naar de Tavistock.
- Coelho e.a. (2019, review): structurele oververtegenwoordiging van eetstoornissen in transgender populaties.
- Klinische rapportages Curium-LUMC: eetstoornis als bekende comorbiditeit in adolescente caseload.
Klinische betekenis
Eetstoornissen en genderdysforie raken beide aan lichaamsbeleving. Een eetstoornis kan tot extreme dissociatie van het eigen lichaam en met name van secundaire geslachtskenmerken (borsten, heupen) leiden. Dat overlap maakt differentiaal-diagnostiek lastig. Internationale richtlijnen waaronder NICE en de aanbevelingen in het Cass-rapport benadrukken dat eetstoornissen voor of tijdens een genderzorgtraject behandeld of meegewogen moeten worden, omdat onbehandelde eetstoornissen zowel het oordeelsvermogen als de uitkomst van een transitie negatief beinvloeden.
Kritiek op het affirmatieve model
In een puur affirmatief traject wordt een eetstoornis soms beschouwd als gevolg van de genderdysforie zelf en wordt gehoopt dat medische transitie de eetstoornis vermindert. Empirische steun daarvoor is beperkt; meerdere casereports en de Cass Review wijzen op aanhoudende of verergerende eetstoornissen na medische interventie. Zie ook comorbide depressie en trauma.